Om de warmtetransitie vlot te trekken is leiderschap en lef nodig. Dat bleek uit de verschillende keynote-speeches tijdens het Warmte Congrestival 2025 op 20 november in congreslocatie Hart van Holland. Daarnaast was er ruim de gelegenheid om te netwerken op de beursvloer, waar verschillende deelnemers van Stichting Warmtenetwerk zich presenteerden. De dag werd afgesloten met een netwerkborrel en ‘walking diner’. Een nieuwe datum voor de volgende editie is al bekend: 19 november 2026!
Net als de voorgaande edities opent dagvoorzitter en voormalig voorzitter van Stichting Warmtenetwerk, Ernst Japikse, het Warmte Congrestival 2025. Na een spectaculaire entree heet hij de ruim 350 deelnemers van harte welkom. Met een positief verhaal over de warmtesector trapt hij de dag af, maar het moet hem van het hart dat er wel erg weinig warmteaansluitingen gerealiseerd worden op dit moment.

Veiligheid en ruimte voor ontwikkeling.
Vervolgens introduceert Japikse de eerste spreker. Coen de Ruiter, ceo van Greenchoice, is volgens hem een vreemde eend in de bijt. “Hij gaat ons leren om meer te vlooien en minder te borstroffelen.” De Ruiter vroeg zich in eerste instantie af waarom hij gevraagd werd om te spreken op een congres voor de warmtesector. “Want ik weet heel weinig van warmte. Maar ik werk wel bij een kneitergroen bedrijf en daarom wil ik proberen mensen te inspireren om groene stappen te zetten.” Bovendien was hij jarenlang directeur van Apenheul. Daar heeft hij, met name van de apen, veel geleerd heeft over leiderschap.
De Ruiter gebruikt vervolgens de wereld van apen om leiderschap in organisaties en de warmtetransitie inzichtelijk te maken. Hij vertelt hoe apen, net als mensen, gevoelig zijn voor trends en groepsdynamiek, en hoe leiderschap zich bij de verschillende soorten anders manifesteert. Soms is uiterlijk bepalend, zoals bij de mandril die ‘een knalrode neus’ krijgt zodra hij de leider wordt. In andere groepen draait het juist om sociale relaties, bijvoorbeeld bij het rituele vlooien. De Ruiter: “Dat gaat echt over aandacht geven en de tijd nemen om elkaar echt te gaan leren begrijpen.” Zijn belangrijkste inzicht is dat effectief leiderschap altijd afhankelijk is van de situatie.
Goede leiders scheppen altijd veiligheid en ruimte voor ontwikkeling. De Ruiter noemt als voorbeeld de zilverrug die jonge gorilla’s laat experimenteren. “Hij laat ze hun neus stoten en zorgt ervoor dat het niet echt misgaat.” Dat type leiderschap is volgens De Ruiter nodig om de energietransitie vooruit te helpen. “We hebben mensen nodig die anderen kunnen meenemen in acties en gedrag.”

Niet het braafste jongetje, maar ook geen zorgenkind
De volgende spreker is Jeannette Baljeu, Europarlementarier voor de VVD. Zij heeft meer ervaring met de warmtetransitie en keurde als Gedeputeerde onder meer een aanvraag voor geothermie in Zuid-Holland goed. De centrale vraag in haar keynote luidt: ‘Is Nederland het braafste jongetje van de klas?’ Ze wil een inhoudelijke boodschap geven, omdat de Warmtetransitie niet alleen inspiratie maar ook duidelijke Europese kaders nodig heeft.
Baljeu schetst de politieke context in Brussel. “Voorheen was het Europese Parlement meer geconcentreerd rond het politieke midden en konden er Green Deals worden gesloten. Maar nu is dat flink naar rechts opgeschoven. Daardoor verschuift de aandacht richting concurrentiekracht en administratieve verlichting voor bedrijven.” Ze waarschuwt dat deze veranderingen niet mogen leiden tot het loslaten van klimaatdoelen. Nederland loopt wat dat betreft niet meer voorop in Europa, zegt ze. “Nederland heeft veel uitstoot, maar het heeft ook relatief veel industrie. We doen het goed als het gaat om emissiereductie door energiebesparing in de gebouwde omgeving. Maar andere landen beginnen ons in te halen. We zijn dus misschien helemaal niet meer het braafste jongetje van de klas, maar zeker ook geen zorgenkind.”
Ze benadrukt dat Nederland ervan uit gaat dat veel dingen niet mogen van de EU. “Maar je moet juist uitgaan van wat wél mag. De EU mag geen excuus zijn om dingen niet te doen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar staatssteun, dan doen de Fransen dat toch net wat anders. Dat wil zeggen dat staatsteun soms wel geoorloofd is als het gaat over de energietransitie. Vertel daarom vooral waar jullie tegenaan lopen en hoe wij vanuit Brussel de oplossingen dichterbij kunnen brengen.”

‘Als je niet zegt wat je wilt, krijg je iets anders’
De keynote van Maria van der Heijden draait om leiderschap in tijden van onzekerheid. Ze citeert daarbij transitieprofessor Jan Rotmans; “We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk. Daarin verschuift de oude economie gericht op financiële waarden naar een nieuwe economie waarin sociaal kapitaal en natuurlijk kapitaal minstens zo relevant zijn.”
Van der Heijden toont een foto van haar neef en diens drie dochters in een maanzaadveld. Het symboliseert waarom ze doet wat ze doet: “Voor de toekomstige generaties is het belangrijk dat wij nu de juiste dingen doen. Klimaatverandering raakt gezondheid, biodiversiteit, voedselzekerheid en het vergroot ongelijkheid; daarom is handelen noodzakelijk. Daarvoor zijn grote doelstellingen nodig die ongemak opleveren, maar actie is echt nodig.”
Ze vertelt over haar pionierswerk voor Women on Wings, waarvan ze medeoprichter is. “De doelstelling was om 1 miljoen banen te creëren op het platteland in India. Die doelstelling hebben we niet helemaal gehaald, we zitten nu op 500.000 banen. Maar het heeft enorme effecten, omdat je binnen één generatie het armoedeprobleem helpt op te lossen.”
Van der Heijden was tot vorig jaar directeur van MVO Nederland en vertelt over het opschalen van de Nieuwe Economie Index. “Daarin wordt gemeten hoe het ervoor staat met de duurzaamheid van de Nederlandse economie. Er is echt nog veel te doen, maar er worden belangrijke stappen gezet. Samenwerking is daarbij cruciaal, maar het is wel belangrijk dat bedrijven zeggen wat ze willen. Sinterklaas zei al: ‘Als je niet zegt wat je wilt, krijg je iets anders.’ Dat vraagt wel om moedig leiderschap. Dus niet activistisch schreeuwen, maar samenwerken en toch duidelijk positie kiezen.”

Vier je succes!
Na een gezellige lunch op de beursvloer met volop gelegenheid tot netwerken, is het tijd voor de eerste parallelsessieronde. In totaal zijn er twaalf parallelsessies, verdeeld over drie rondes. In de parallelsessie van Atriensis wijken gaat het over participatie. Maria Scholten, teammanager Warmtetransitie, benadrukt dat dit onderwerp cruciaal is voor woningcorporaties in de warmtetransitie. “Woningcorporaties vragen zich af of het nodig is om 70% toestemming van huurders te krijgen. Volgens de regels is dat misschien niet altijd nodig, maar om de risico’s te beperken is het zeker beter. Je moet toch draagvlak creëren om achter de voordeur te komen.”
Haar collega Marjon van Gemert, adviseur bewonerscommunicatie en participatie, vertelt dat participatie altijd begint met begrijpen wat er in je wijk speelt. Bewoners zijn volgens haar niet per se tegen verandering, maar ze vinden keuzevrijheid wel belangrijk. “Als ze bijvoorbeeld kunnen beslissen over de kleur van hun voordeur of zelf hun energieverbruik kunnen monitoren, hebben ze al meer vertrouwen in het project.” Volgens Van Gemert is het moment van communiceren ook belangrijk. “Je plannen moeten glashelder zijn. Dat betekent ook; niet te vroeg communiceren. Dat leidt alleen maar tot vragen waarop nog geen antwoord bestaat. Dan kan je beter iets langer je plan uitwerken.”
Als de bewoners hebben ingestemd met het warmtenet, is het participatietraject niet afgelopen, benadrukt Scholten. “Ook als 70% van de huurders instemt met de aanleg van het warmtenet, is het belangrijk om in contact te blijven met alle bewoners, ook de tegenstemmers. 70% aanvaarding betekent dat bij 100% van de huurders het warmtenet aangelegd wordt. Dus blijf vooral communiceren via workshops en terugkerende bijeenkomsten en blijf begeleiden. En: vier je succes, maak er iets leuks van!”

70% van tafel
Tijdens de tweede parallelsessieronde praat Rick van Yperen, advocaat huur- en energierecht bij VBTM Advocaten, de aanwezigen bij over de impact van de Wet collectieve warmte (Wcw) op verhuurders. Hij begint meteen met zijn hoofdboodschap: “Bereid je voor. Je hebt als gebouweigenaar en verhuurder een belangrijke rol onder de Wcw. Beter is het daarom om vroeg aan tafel te zitten en de plannen te maken.” Van Yperen loopt eerst de stappen in het proces van aansluiting op een warmtenet door: de vaststelling van de warmtekavel, de aanwijzing van het warmtebedrijf en vervolgens de uitwerking van het kavelplan. Juist bij die derde stap wordt de rol van verhuurders groot: “Dan gaat het over de binneninstallatie, de warmtebehoefte van het gebouw en de planning. Dan moet je als gebouweigenaar echt aan tafel zitten.”
Als de Wgiw wordt ingezet bij de aanwijzing van een warmtekavel, is er sprake van een opt-out, legt hij uit. “Als een verhuurder niet tijdig bezwaar maakt tegen een aanbod voor aansluiting, dan heb je het aanbod om aangesloten te worden geaccepteerd. Zonder toepassing van de Wgiw geldt deze opt out overigens niet.”
Van Yperen gaat vervolgens in op de relatie met het huurrecht. Traditioneel worden duurzaamheidsmaatregelen gezien als renovatiewerkzaamheden, maar een recente uitspraak verandert dat, zegt hij. “Daarin werd gesteld dat de aansluiting op een warmtenet valt onder dringende werkzaamheden. Daardoor moet een huurder in principe toegang verlenen en vervalt de uitgebreide toetsing op redelijkheid.” Daarmee is volgens Van Yperen van tafel dat 70% van de huurders moet instemmen met een warmtenet, omdat het geen renovatie betreft. “Maar veel woningcorporaties weten nog niet dat ze het ook over een andere boeg kunnen gooien.”

Risicoverdeling bij realisatie warmtenetten
In de laatste parallelsessieronde nemen Tanja Voogd en Wendy Dubbeld de deelnemers mee in de complexe vraag hoe risico’s bij de realisatie van warmtenetten het beste verdeeld kunnen worden. Voogd benadrukt dat veel risico’s ontstaan door onduidelijkheid vroeg in het proces. “Risico’s drijven de kosten op. Je ziet dat projecten vastlopen omdat er geen duidelijke afspraken zijn over wie waarvoor aan de lat staat.” Het gaat dan niet alleen om financiële risico’s, maar ook om technische onzekerheden, zoals bodemgesteldheid, leveringszekerheid en afnamedynamiek. Volgens haar worden die risico’s in de praktijk pas laat besproken, terwijl ze in de planvorming al sturend zouden moeten zijn. Juist daarom pleit ze voor transparantie in aannames over groei, kosten en planning.
Dubbeld neemt de presentatie vervolgens over en sluit af met de aanbevelingen. “Het is belangrijk om de risico’s samen in beeld te brengen, vroeg in het traject. Als een partij bijvoorbeeld geen risico’s noemt, dan is dat een signaal dat ze niet transparant zijn. Daarnaast moet besproken worden hoe de risico’s verdeeld worden. Daarvoor moeten de verschillende partijen met open boeken werken. En: het is heel belangrijk om gedurende het proces de risico’s te blijven adresseren. Bij iedere besprekingen moeten deze opnieuw op de agenda worden gezet. Risico’s kunnen beheersbaar gemaakt worden, door het project in stukken te hakken. En tot slot moet de eigen organisatie meegenomen worden, dus niet alleen je eigen projectteam.”

Wat kunnen data opleveren?
Na een koffiepauze is het dan alweer tijd voor de laatste keynote van de dag. Maarten van den Outenaar is Chief Data Officer bij Schiphol en zorgt ervoor dat medewerkers echt beter gaan presteren met behulp van data. “Wij analyseren data helemaal kapot”, zegt hij tegen Japikse die hem introduceert.
Van den Outenaar ziet het als zijn plicht om iedereen te leren werken met Artificial Intelligence. “Stel dat het zo is dat mensen hun baan verliezen door AI, wil je dan dat iemand over vijf jaar ergens gaat solliciteren en zegt dat hij geen enkele ervaring heeft met AI?” Die toepassing van AI heeft Schiphol hard nodig zegt hij, omdat het aantal vluchten snel toeneemt. “We gaan in de komende tien jaar van 65 miljoen naar 90 miljoen passagiers per jaar. Die moeten wij allemaal vervoeren, terwijl we het personeelsbestand niet kunnen uitbreiden.”
Dus is het nodig om alle processen te analyseren en verbeteren, zegt hij. Als voorbeeld noemt hij de schoonmakers die op het vliegveld werken. “Zij liepen altijd hetzelfde rondje en kwamen telkens bij schone toiletten. Daarom hebben we nu groene, gele en rode knopjes bij de wc’s, waarbij mensen hun bezoek kunnen waarderen. De schoonmakers hebben een tablet bij zich en zien meteen waar het mis is.”
“Je moet de mensen soms een beetje helpen om te realiseren wat data kunnen opleveren”, zegt hij. Het gaat er volgens hem niet om alle banen te automatiseren, maar om met diezelfde werknemers meer werk te kunnen doen. “We willen de output verhogen om die 90 miljoen passagiers te kunnen vervoeren. Dat betekent dat je goed moet kijken naar de processen en daarvoor heb je data nodig.”


Warmtenetwerk Award naar Gebiedsaanpak Bospolder-Tussendijken Aardgasvrij
Dan volgt een première tijdens het Warmte Congrestival: de eerste Warmtenetwerk Award wordt uitgereikt. Daarvoor wordt Léone Klapwijk, bestuurslid en secretaris van Stichting Warmtenetwerk, advocaat en partner bij juridisch dienstverlener Van Doorne, door Japikse op het podium geroepen. Zij zat in de vakjury. “We hebben zoveel mooie projecten voorbij zien komen. Die hebben we samen met de vakjury beoordeeld. Uit alle projecten hebben wij drie finalisten geselecteerd, die zich stuk voor stuk onderscheiden met hun bijdrage aan de warmtetransitie: Warmtenet Delft, het Energiesysteem van DEVO Veenendaal en Team Gebiedsaanpak Bospolder-Tussendijken Aardgasvrij. Vervolgens was het aan het publiek: via een openbare stemprocedure heeft iedereen kunnen stemmen op zijn of haar favoriete finalist, die nu bekend wordt gemaakt.” Na een enorme knal met heel veel confetti verschijnt de naam Team Gebiedsaanpak Bospolder-Tussendijken Aardgasvrij op het scherm. Zij zijn de winnaars van de Warmtenetwerk Awards 2025.

Warmte hoeft niet ‘hot’ te zijn
Het Warmtenetwerk Congrestival 2025 wordt afgesloten door cabaretier Tim Kroezen. Met een achtergrond in de energietechnologie vindt hij zichzelf geschikt voor het maken van een kritische wrap-up. Hij voert een mini-roast van dagvoorzitter Japikse op, maakt grappen over techneuten die in gevecht zijn met een banner en een monitor op de beursvloer en over de vernederende ervaring van het elektrische busje zonder verwarming dat hem van het treinstation naar Hart van Holland bracht. Hij spreekt de legendarische woorden: “Warmte hoeft niet hot te zijn, ik hoef geen apps, ik wil gewoon verwarming.”

Meer informatie: