Overal in Nederland wordt momenteel gewerkt aan nieuwe warmteprogramma’s voor gemeenten. Voor de gemeente Wierden bracht adviesbureau WarmteTransitieMakers de mogelijkheden in beeld. Het is een technisch document geworden en het bevat ook strategisch richtinggevend kader. Met deze basis maakt gemeente Wierden haar warmteprogramma.
De gemeente Wierden werkt aan de ontwikkeling van haar eerste warmteprogramma, de verplichte opvolger van de transitievisie warmte uit 2021. Voor de technische en juridische basis schakelde de gemeente het Utrechtse adviesbureau De WarmteTransitieMakers (DWTM) in. Augusta Goedhart en Boriss Grahlovskis van DWTM hielpen de gemeente Wierden een solide technisch-economische basis te leveren waarop de gemeente beleidsmatige keuzes kan bouwen, zegt Goedhart. “Boriss is de technische analyses uit gaan voeren. Daarnaast hebben we gekeken hoe het eigenlijk zit met de wet- en regelgeving en wat het handelingsperspectief is voor bewoners. De coördinatie van het project heb ik gedaan.”
Aardgasvrije oplossingen
Het warmteprogramma is verplicht onder de Omgevingswet en bevat een gestructureerd overzicht van de aardgasvrije oplossingen die per gebied mogelijk zijn. Daarbij tellen niet alleen de kosten, maar ook ruimtelijke, juridische en sociale factoren mee. Ten opzichte van de transitievisie warmte zijn de eisen uitgebreid, zegt Goedhart. “Er is nu veel meer wet- en regelgeving waardoor het aan bepaalde vormeisen moet voldoen. En er is meer inzicht over technische houdbaarheid.” Grahlovskis onderzocht voor Wierden welke warmteopties kansrijk zijn in de verschillende buurten. “Met de technische-economische analyse kijken we welke warmteoplossingen het meest interessant zijn voor welke gebieden.” Hij bracht gebouwen, bronnen en infrastructuur in kaart en rekende zes technieken door: 2 individuele: luchtwaterwarmtepompen en hybride warmtepompen en 4 collectieve op basis van: thermische energie uit oppervlaktewater, drycoolers, collectieve lucht-waterwarmtepompen en collectieve bodemwarmtepompen.
De ondergrond als beperkende factor
Uit de berekeningen kwamen opvallende patronen. “Uit onze warmtetool kwam dat collectieve oplossingen meestal niet interessant zijn om verder te onderzoeken,” zegt Grahlovskis. Mogelijk is het wél interessant voor de dichtbebouwde delen van Wierden. Daarnaast bleek de ondergrond een beperkende factor in Wierden. “Ondiepe bodemenergie is niet heel kansrijk vanwege de watervoerende bodemlagen en diepe geothermie ook niet, vanwege de schaalgrootte. Er zijn niet genoeg afnemers om dat economisch rendabel te maken.” Waar collectieve oplossingen wegvallen, komen individuele systemen in beeld, zegt hij. “Voor buitengebieden kwam de hybride warmtepomp als interessante oplossing uit de bus, met uiteindelijk een overstap naar all-electric.”
Groen gas: lokaal interessant
In het warmteprogramma voor Wierden wordt ook gekeken naar de rol van duurzame gassen, omdat meerdere agrarische bedrijven potentieel groen gas kunnen produceren, zegt Goedhart. “Voor die duurzame gassen is wel interesse, maar die moeten niet overschat worden. We hebben bekeken hoeveel groen gas er binnen de gemeentegrenzen gemaakt kan worden en hoeveel procent van de woningen je daarmee zou kunnen voorzien.” Groen gas blijft daarmee een mogelijke optie voor specifieke situaties, maar niet de drager van de warmtetransitie. Goedhart: “Landelijk wordt gezegd: wees kritisch, want we hebben niet zoveel van dat groene gas.”
Voorkeursbuurten
Het warmteprogramma vraagt om een onderbouwde fasering. Een belangrijk element zijn de plannen van de netbeheerder, zegt Goedhart. “We hebben voorkeursbuurten aangegeven aan de hand van elektriciteitsplannen en netverzwaring. Als het stroomnet toch al wordt aangepakt, ontstaat er ruimte het toekomstbestendig te verzwaren.” Ook de levensduur van cv-ketels speelde mee, benadrukt ze. “In gebieden waar woningen vijftien jaar oud zijn, weet je dat bijna iedereen tegen het cv-vervangingsmoment aan zit. Op het moment dat een cv-ketel stuk gaat, is dat meestal midden in de winter. Dan ga je niet rustig uitzoeken hoe een warmtepomp werkt. Een tijdige aanpak voorkomt dat bewoners uit haast een nieuwe gasketel installeren.”
DWTM adviseert om in wijken met warmtenetpotentie snel te starten. Goedhart: “Omdat de aanleg van een warmtenet tijdrovend is. En iedereen die een warmtepomp heeft of de komende jaren daarop overstapt, zal niet meer zo op een warmtenet overstappen. Je wil daar vroeg mee beginnen om de businesscase interessant te houden.”
Warmtebronnen beperkt
De gemeente beschikt over enkele kansrijke bronnen, zegt Grahlovskis. “Thermische energie uit oppervlaktewater zou gebruikt kunnen worden, maar restwarmte blijkt nauwelijks lokaal beschikbaar. Ook WKO is beperkt inzetbaar vanwege een verbodsgebied voor bodemenergie.” Wel zagen de adviseurs kansen voor maakbare bronnen zoals collectieve luchtwarmtepompen en drycoolers. De woningcorporatie Reggewonen experimenteert al met mini-warmtenetten. Goedhart: “Deze kennis kan op langere termijn goed worden ingezet, ook om andere gebouwen aardgasvrij te maken.”
Bewonersavonden
De gemeente organiseerde twee bewonersavonden over het warmteprogramma, maar die trokken weinig bezoekers, zegt Goedhart. “Dat viel tegen. Toch leverde het ook veel informatie op. Veel vragen gingen over wat er met hun huis zou gebeuren, hoe ze moesten isoleren en wat het zou kosten.” In een gemeente met veel vrijstaande woningen liggen collectieve oplossingen per definitie minder voor de hand, zegt Grahlovskis. “Het is een vrij landelijke gemeente, daar is individuele warmte vaak het meest interessant. In appartementencomplexen liggen wel kansen. Daar kan een collectieve warmtepomp in de kelder in combinatie met bodemlussen een oplossing zijn.”
Stap voor stap
De komende maanden moet Wierden keuzes maken om het warmteprogramma af te ronden, zegt Goedhart. “De meeste woningen zullen iets met een individuele warmtepomp moeten gaan doen. Dat is een product dat al op de markt is. Dus hoe groot is dan de rol van de gemeente?” Toch ligt er wel degelijk een taak voor de gemeente; het verzachten van de impact op het elektriciteitsnet. Goedhart: “Hoe kun je ervoor zorgen dat niet iedereen tegelijkertijd een warmtepomp aanschaft, waardoor de netbeheerder met problemen komt te zitten?” Ze adviseert een gefaseerde aanpak samen met de netbeheerder, bijvoorbeeld door eerst te sturen op hybride warmtepompen en later pas full-electric systemen.